De geschiedenis van Sint Jansteen
In de oude heerlijkheid van Inghelosenberghe lag het Steen van Sint Jan. Een steen was een stenen
huis of toren en daarmede een verdedigbare versterking. Het kan een kasteel zijn geweest, al is dit niet noodzakelijk. In 1226 kregen de lieden die daaromheen woonden van hun heer Zeger II - kastelijn of burggraaf van Gent - een zogenaamde keur, waarin hun vrijheden waren vastgelegd. Deze keur hield ook een bepaalde vorm van zelfregering in door de instelling van een schepenraad met een meier aan het hoofd.
In 1256 is Sint Jan ter Steene een parochie met een kerk en een eigen pastoor, vallende onder de bevoegdheden van het kapittel van Doornik. Deze situatie is gebleven tot het jaar 1586; in dat jaar viel de parochie onder het bisdom Gent, waarvan de Hulstenaar Corn. Jansenius de eerste bisschop werd.
In het midden van de 14e eeuw bezat Sint Jansteen reeds een gast
huis met een eigen “capelrie”. Het gildenwezen heeft er in de Middeleeuwen gebloeid, maar evenzeer geldt, dat men veel te lijden heeft gehad van de belegeringen die de stad Hulst moest ondergaan.
Sedert de 16e eeuw noemden de vrijheden van Sint Jansteen zich tevens baron.
De heerlijkheid bleef in de familie van Zeger tot 1696, toen Magdalena Vilain weigerde leenhulde te doen aan de Staten-Generaal. Die waren door de Vrede van Munster en het Grenstractaat van 1664 eigenaar van de heerlijkheid geworden.
In 1731 werd de heerlijkheid Sint Jan ter Steene gekocht door mr. Gijsbert van Hoogendorp. De familie van Hoogendorp behield het bezit tot aan de komst van de Fransen.
De laatste heer van Hoogendorp heeft nog juist het voormalige gemeente
huis van Sint Jansteen laten bouwen en versierd met twee fraaie houten beelden, voorstellende vrouwe Justitia en vrouwe Prudentia.
In de nabijheid van St. Jansteen, te Kapellebrug, ligt de kapel van O.L.Vrouw van Ter Eecken.
Deze kapel wordt al heel vroeg vernoemd in de stadsrekeningen van Hulst. Door de Watergeuzen verwoest tussen 1570 en 1580, werd ze in 1623 door toedoen van Deken Cardon weer opgebouwd. Aangezien de kapel op grond van de abdij van Boudeloo stond, kwam de abt van Boudeloo op de jaarlijkse feestdag van O.L. Vrouw naar de kapel. In de 80 jarige oorlog, met name bij het beleg van 1645 door Frederik Hendrik, werd de kapel gebruikt als hoofdkwartier van de Staatse troepen. Door verval werd het noodzakelijk de kapel in 1690 opnieuw op te bouwen. Het huidige gebouw is gegrondvest op de oorspronkelijke fundamenten, en onlangs met behulp van vrijwilligers uit de omgeving geheel gerenoveerd. Sint Jansteen was tot 1970 een zelfstandige gemeente die werd gevormd door St. Jansteen, Heikant, Absdale, Drie-Hoef-IJzers, ‘t Hoekje en Kapellebrug (ged.).
Op 1 april van dat jaar werd de gemeente opgeheven en samengevoegd met andere gemeenten, waardoor de nieuwe gemeente Hulst ontstond